27 januari 2011, 15:20 | Hendrik Oude Nijhuis | 3980x gelezen

Interessante matrix

Heel dikwijls spreken wij beleggers die van hun beleggingen in veelal goed gespreide beleggingsfondsen een gemiddeld nettorendement van 8 tot 10% per jaar verwachten. En hoewel we het zelf niet verder onderzochten kunnen wij ons niet aan de indruk onttrekken dat het met name beginnende beleggers zijn die dergelijke hoge rendementsverwachtingen van hun aandelen hebben. Beter stellen zij hun verwachtingen aan de realiteit bij. De kans op teleurstelling is anders wel erg groot...

Interessante matrix


Een trouwe lezer van onze berichten wees ons afgelopen week op een interessante matrixfiguur op de website van The New York Times.

matrixfiguur beleggingen


Ter verduidelijking van deze figuur: op de diagonale as leest u telkens het jaar dat met beleggen gestart wordt, op de horizontale as het jaar dat met het beleggen gestopt wordt. De oudste data in de figuur gaat terug tot 1920, en in totaal is sprake van bijna 4.000 mogelijke combinaties.

Aan de hand van kleuren is vervolgens te zien hoeveel nettorendement in een bepaalde periode nu eigenlijk gerealiseerd is. Een donkerrode kleur geeft aan dat het rendement minder is geweest dan de inflatie; een donkergroene kleur dat na inflatie juist meer dan 10% rendement per jaar behaald is.

Aan de rechterkant van de tweede diagonale lijn bevinden zich alle periodes waarbij de beleggingsperiode langer dan 20 jaar geweest is. Zoals u ziet is hier vrijwel zonder uitzondering sprake van fletse kleurschakeringen. Met andere woorden: jaarlijkse netto rendementen van minder dan de inflatie of van meer dan 10% boven het inflatieniveau komen slechts bij hoge uitzondering voor wanneer de beleggingsperiode 20 jaar of langer is.

Vergoedingsfees, belasting en inflatie


Kijkend naar de beleggingsperiodes van 20 jaar geldt dat de mediaan van het netto jaarrendement op 4,1% ligt. De mediaan geeft, zoals u waarschijnlijk wel bekend, het middelste cijfers weer in een cijferreeks. Met andere woorden: in 50% van alle gevallen was dus sprake van minder dan 4,1% netto rendement op jaarbasis. En in de andere 50% juist meer.

Hoe kan dit nu? Aandelen, zo is toch altijd beweerd, leveren op lange termijn toch een gemiddeld jaarrendement op van een procent of 8 (inclusief dividend)? Dat klopt, maar om het nettorendement vast te stellen dient vervolgens nog wel rekening gehouden te worden met een paar belangrijke factoren. Vergoedingsfees (bij beleggingsfondsen al snel 1,5% van het vermogen), belastingen (de vermogensrendementsheffing bedraagt 1,2%) en inflatie (zeg circa 2% per jaar).

Tezamen maakt dat 4,2%. Beleggers moeten in dit geval dus eerst 4,2% verdienen alvorens zij er daadwerkelijk in koopkracht op vooruit gaan. Bruto leveren aandelen dus weliswaar ongeveer het dubbel op (circa 8%), maar na het in mindering brengen van de vergoedingsfees, belasting en inflatie blijft daar nog slechts de helft van over. En hierbij is nog niet eens opgemerkt dat de meeste fondsbeheerders slechter presteren dan het rendement van de Amerikaanse S&P 500-index, waar deze matrixfiguur zelf op gebaseerd is.

Volatiele rendementen


Uit de matrixfiguur wordt ook duidelijk - vanwege het vele 'grijs' rechtsboven (het gaat hier om heel lange beleggingsperiodes, tot een van duur wel 90 jaar) - dat de rendementen van aandelen op heel lange termijn vrij stabiel zijn. Maar op kortere periodes, zelfs die tot 20 jaar aan toe, kunnen de rendementen toch behoorlijk volatiel zijn. Zo is in de beste periode (1948 - 1968) sprake van een netto rendement van 8,4% per jaar. En in de slechtste periode (1961 - 1981) van een netto rendement van minus 2% per jaar. Dit slechte rendement in deze laatste periode werd overigens vooral veroorzaakt door de hoge inflatie in de tussenliggende jaren.

Alternatieven bieden weinig soelaas


Dan maar niet beleggen? Een erg aantrekkelijk alternatief lijkt dat evenmin:
inflatie en vermogensrendementsheffing blijven immers ook dan gewoon aan uw vermogen doorknagen. Deze twee factoren maken als het ware dat het aangaan van schulden gestimuleerd wordt, en het opbouwen van vermogen juist gestraft. En door aan (sommige) schulden ook nog eens allerlei belastingvoordeeltjes te koppelen wordt de spaarzin van de gemiddelde Nederlander al helemaal de kop ingedrukt.

Met een spaarrekening met vrij opneembaar tegoed mag u momenteel uw handen dichtknijpen met een rente van 2 tot 2,5% per jaar. Vanwege de vermogensrendementsheffing en inflatie bent u daarmee vrijwel zeker van een negatief koopkrachtrendement. Maar net als spaarders die een negatieve koopkrachtontwikkeling wacht stellen ook beleggers in de vaak veelgeprezen indexfondsen hun verwachtingen beter neerwaarts bij. Zoals uit de figuur blijkt is het op wat langere termijn niet reŽel om een gemiddeld nettorendement van 8 tot 10% per jaar te verwachten van indexfondsen (en de overgrote meerderheid van andere beleggingsfondsen).



Hendrik Oude Nijhuis MSc.   Over de auteur; Hendrik Oude Nijhuis MSc.
Oude Nijhuis heeft zich jarenlang verdiept in de strategieŽn van 's werelds beste beleggers en is tevens oprichter van warrenbuffett.nl. Via deze website kunt u tijdelijk een gratis module aanvragen over de beleggingsstrategie van Warren Buffett.
 Deel dit artikel
(0)
Er zijn nog geen reacties op dit artikel.
Let op: Op een artikel ouder dan 7 dagen kan alleen gereageerd worden door geregistreerde bezoekers.
Wil je toch reageren, registreer je dan gratis.


Binck Bank


Beoordeel artikel
Beoordeel dit artikel
 BaggerRedelijkPrimaGoedUitstekend
Er zijn nog geen beoordelingen.
Socialstock nieuwsbrief
Wekelijks op de hoogte blijven van de artikelen op Socialstock? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.
        Volg Socialstock op Twitter!  volg Socialstock
op Twitter